Stichting Help Desa Les
De stichting Help Desa Les heeft als taak het bij elkaar sprokkelen van zoveel mogelijk financiële middelen voor de uitvoering van de projecten in Les en is verantwoordelijk voor de met de donateurs afgesproken aanwending er van. De deelprojecten zijn uiteraard kleinschalig en ze dienen op bescheiden wijze bij te dragen aan de verbetering van de sociale en economische infrastructuur van Les.
Essentieel is dus dat de vraag uit de bevolking komt en dat de projecten worden gedragen door de mensen van Les en dat ze het -waar mogelijk- zelf uitvoeren. Het uitgangspunt van de stichting daarbij is dat de donaties ten volle ten goede komen aan de realisering van de projecten.
Donaties
Het gironummer is 6 3 8 0 7 4 1
t.n.v. Stichting Help Desa Les te Utrecht.
De donaties zijn op de gebruikelijke wijze via de belastingen aftrekbaar: beschikking belastingdienst 960925 van 18 november 1996.
Voor verdere informatie kunt u e-mailen of telefoneren met het bestuur.
Word VijfEuroSponsor
U kunt ook voor vijf euro per maand sponsor worden van de Stichting. Print daarvoor het onderstaande pdf-formulier uit en stuur dit op naar het hierin vermelde adres.
Download formulier
Toelichting vijfeurosponsor
Bestuur
Gerard Kruijff telefoon: 030-2719171; 06-20965639
e-mail: gkruijff@ziggo.nl
Bill van Mourik telefoon: 073-5991701
e-mail: b.mourik@planet.nl
Hans van Ooijen telefoon: 030-2731073
e-mail: hvooijen@ziggo.nl
Henk Slegten telefoon: 0317-410550
e-mail: slegten.kingma@hetnet.nl
Redactie nieuwbrief
Henk Slegten e-mail: slegten.kingma@hetnet.nl
Nieuwsbrieven en jaarverslagen
Lees de volledige tekst van de laatste projecten in de nieuwsbrieven en jaarverslagen:
Nieuwsbrief 2008
Jaarverslag 2007
Nieuwsbrief 2006
Jaarverslag 2006
Nieuwsbrief 2005
Jaarverslag 2005
Nieuwsbrief 2004
Jaarverslag 2004
Geschiedenis
Geschiedenis: een initiatief wordt geboren
Als je van Singaraja (kaart : zie bijlage1) naar het oosten rijdt en je stopt eens bij een warung om wat te drinken, vertellen de mensen meteen dat de weg door de Nederlanders is aangelegd. “En nog steeds goed”. Enkele kilometers na Tejakula kom je in LES (Desa LES).
Kan niet missen; aan de kant van de weg staat een groot bord: “The haggest waterfal in Bali”. Er stond eerst “The higgest waterfal”, maar ik kon het niet laten (tenslotte 11,5 jaar docent sociologie geweest!) Ketut er opmerkzaam op te maken dat het the highest moest zijn. Dat het woord waterval in het Engels geschreven wordt als waterfall liet ik maar zitten. No problem! Hij zou het wel veranderen: met dit resultaat dus! Toen ik op mijn dagelijkse wandeling naar de waterval een paar Belgen tegenkwam en vroeg hoe ze hier verzeild waren, zeiden ze, dat ze die haggest waterfal wel eens wilden zien. Je moet niet te veel willen als Nederlander!
In dit dorp woon ik nu al zo’n 10 jaar (althans de meeste tijd). De eerste jaren woonde ik in het zuiden, Legian-Kata, in ‘losmens’ (logement).
Veel jongelui nodigden me uit mee te gaan naar hun dorp. Ik wimpelde dat steeds af; een beetje bang voor het ongewisse. Gedé en Nyoman, beiden werkend in het zuiden hielden echter aan en toen ze ook nog twee zeer knappe zusjes aan me voorstelden ging ik overstag. Na ongeveer 4 uur in overvolle bemo’s (zeer kleine busjes), gevuld met mensen, manden vis en dozen met handelswaar kwamen we in Les bij de ouders van Gedé, Nyoman, Ketut en Nyoman. Er werd een kamertje voor me ontruimd door Ibu (moeder). Ik werd meteen omringd door zorgzame, nieuwsgierige, zeer vriendelijke goedlachse mensen. En ik er ben gewoon gebleven! Na een jaartje heb ik een huisje laten bouwen en nu zijn we buren. Ik ben er zeer content.
Het leven in Les
Les is arm; aan zee wonen vissers, die op tonijn vissen in hun kleine bootjes, ze blijven soms dagen weg. Een beetje hoger op de flanken van de bergen wonen de meeste mensen. Kleine boeren, 2 – 5 are, een of twee koeien, een paar varkens. Een jaar of 20 geleden werden er sinaasappels geteeld; door ziekte en droogte is dat vrijwel voorbij en werden er rambutan bomen geplant. Deze leveren een rode harige (rambut = haar) lekkere vrucht op. Alles bij elkaar een schamel bestaan. Het is dan ook geen wonder dat de jongelui massaal naar het zuiden vertrekken om in de bouw te werken. Met vrouw en enig kind (een tweede kunnen zij zich meestal nog niet permitteren) wonen ze in de buurt van de bouwplaats in met bouwafval in elkaar geflanste hutjes. Man en vrouw doen vrijwel hetzelfde werk en de kinderen ravotten in de buurt.
Les is traditioneel en ze moeten dus op gezette tijden terug naar huis voor ceremonies in de tempels. (Les heeft er 13). Het loon is laag (de meesten blijven steken als helpers van de vaklui) alles is duurder in de stad en van sparen komt niets, want men moet vaak ook nog de ouders ondersteunen en de jongere broers en zusjes. Men verdient 5 tot 6 gulden per dag; een enkele reis naar het dorp kost 4 gulden. Wie niet werkt verdient niets -dus ook niet bij ziekte. Een handjevol jongemannen werkt in hotels (€ 45,- / € 90,- per maand). Enkele ongetrouwde meisjes werken in een winkel.
Bijzonder op Bali is de naamgeving, er zijn maar vier namen. Deze zijn voor jongens en meisjes hetzelfde. No. 1 t/m 4 Gedé, Nyoman, Ketut en Madé. Als er meer dan 4 kinderen zijn, begint men weer opnieuw. Om de sekse te onderscheiden zet men NI voor de naam van vrouwen, I voor die van de mannen. Als je een gezin tegenkomt met 3 ‘Ketutten’ betekent dat, dat veel kinderen zijn gestorven. (Kindersterfte was en is nog steeds hoog). Velen worden met hun tweede naam of bijnaam genoemd om al te grote verwarring tegen te gaan.
De oprichting van de stichting
Als ‘rijke’ Nederlander, wonend in zo’n arme omgeving ontkom je er amper aan om financieel te helpen (al vragen ze er zelden of nooit om) bij ziekte of studie. Zo ook ik. Het werd me echter wat te veel en vrienden uit Nederland drongen er op aan een stichting op te richten. “De vrienden in Nederland zouden me wel helpen”. Ik heb daar lang over nagedacht maar toen ik weer eens naar mijn bank in Nederland ging om geld te lenen, deed de directeur wat lacherig en zei: “… maar mijnheer Jacobs, weet u wel hoeveel hypotheken u al hebt?” “Negen”, riep hij schaterend. Nou kon me dat niet veel schelen, ik had een aardig huis in Nederland, dat alsmaar in waarde steeg en bovendien ongetrouwd (geb. Breda 1936). De directeur ging verder en zei: “Er is wel overwaarde op uw huis, maar mijnheer Jacobs u kunt het niet meer betalen!”
Nou toen heb ik toegehapt en op 15 november 1996 werd er een stichting opgericht: Stichting Help Desa LES. De bestuursleden krijgen géén beloning voor hun werk (stichtingsakte, bijlage 2). Na veel overleg kwamen we tot het plan, dat structureel werkgelegenheid en geld zou scheppen voor minstens 3 families: deelproject kapsalon Bali. Het volgende deelproject diende zich aan: het bouwen van een 3 – klassige school in een gehucht boven in de bergen behorend bij Desa Les: Buhutyang.