Pagina afdrukken

Projecten tot nu toe

Vorige projecten van de stichting en andere activiteiten uit donaties:

1. aanleg weg Desa Les-Butiyang
2. computerlessen
3. bevrijdingsfeest 17 augustus
4. Verslag van het project Kapsalon Bali
5. jeugdgamelan
6. school Butyang
7. het verbeteren van een pad naar Buhutyang
8. de aanschaf van een gamelan en bouw van een sociaal-culurele ruimte
9. het opstarten van een voorbereidende beroepsopleiding
10. aanschaf van een computer met printer
11. verbetering infrastructuur Gang 1, Desa Les.
12. verslag sponsoring Nyepi
13. een gezondheidscentrum in Desa Les, Bali?!
14. een nieuwe Puskes Mas voor Desa Les
15. polikliniek geopend
16. De school in Butyiang gerenoveerd
17. De weg naar Butyiang
18. De Balai (Het dorpshuis)
19. Het gamelanorkest
20. Tandheelkundige zorg


1. Aanleg weg Desa Les- Butiyang

De regelmaat van elke zondag werken aan de weg door vrijwel alle mannelijke bewoners van Butiyang (50 tot 60man) kon dit jaar amper gehandhaafd worden. Dit lijkt gezien het bovenstaande verbazingwekkend Maar de volgende redenen zijn hiervan de oorzaak.

* De provincie heeft een twintigtal koeien aan de armsten van Les en Butiyang ter verzorging gegeven. Die krijgen dan later een deel van de opbrengst. Omdat het van april tot half november geen druppel regent, heeft men zeer veel tijd nodig om gras of iets anders groens te vinden. Velen hebben ook nog eens een of twee varkens waarvoor hetzelfde geldt.

* Het zoeken van brandhout neemt veel tijd in beslag. Alle petroleum toestellen staan weer te roesten; petroleum is te duur.

* De gemeente is vele projecten gestart: verbetering van tempels, wegen en paden; alles gotong rojong. Dat wil zeggen: verplicht werken voor de gemeenschap zonder betaling op straffe van een boete.

Desondanks zijn toch gemiddeld twee tot drie meter per week van de weg klaargekomen. In februari is door zeer overvloedige regenval een stuk weg in het ravijn verdwenen. De Bupati (districtshoofd) van Buleleng, die precies op hoogte is van wat ik doe (daar zorgt zijn vrouw voor!), heeft steun toegezegd in de vorm van deskundigen en later geld. Echter, er is nog steeds niets gebeurd. Het is een zeer zwaar karwei en er liggen nog vele meters in het verschiet. Vorig jaar heb ik ter stimulering een proef genomen telkens tien man tienduizend rupiah (1 euro ongeveer) de man per dagdeel te betalen. Als er geld voor is dan zou dat de beste oplossing zijn om het project weer vaart te geven.

Ik schat dat het resterende deel nog een kilometer beslaat. Er wordt per dagdeel maximaal drie meter aangelegd op de makkelijkste gedeelten. Dat betekent dat de aanleg in arbeidsloon drie euro drie en dertig per meter kost. In deze periode is 150 meter afgekomen tegen 550 Euro aan materiaalkosten. Dat betekent dat de materiaalkosten kunnen gezet worden op 3 euro zeventig per meter. De weg kost dus ongeveer zeven euro vijftig de meter.


2. De computerlessen

Dit jaar kregen we zeven computers. De kepala Desa vroeg er een voor op zijn kantoor. Vervolgens kreeg ik ook een verzoek van de kepala Desa Adat. Die verzoeken raakten natuurlijk bekend. En “iedereen” vond dat ik het moest doen. De twee computers zijn tijdens een bijzondere vergadering van de Raad van ouderen van Les plechtig overhandigd aan de kepala Desa en de kepala Desa Adat. Dagenlang gingen er duimen omhoog van mensen die ik tegenkwam. Het bleek zeer belangrijk te zijn, tot in de hoofdstad Denpasar raakte het bekend. De andere computers staan in mijn huis en worden gebruikt voor het geven van computerlessen. In het naburig dorp waar middelbare scholen staan wordt op drie computers lesgegeven dooreen leraar. Kosten 50 Euro per leerling per cursus. De leraar had voor ons geen tijd om les te geven wegens studie aan de universiteit. Ik heb daarom mijn pienter buurmeisje in de gelegenheid gesteld zo’n cursus te volgen. Wij kopiëren de stukken en die gebruikt zij nu om computerles te geven aan vijf meisjes en twee jongens. Ik betaal Ketut hiervoor 1 euro per les. Dat is zeer welkom in haar familie. Mijn voorstel is om deze computers later aan de basisscholen ter beschikking te stellen. Daar is nu nog niet voldoende capaciteit in elektriciteit.


3. Bevrijdingsfeest 17 augustus

Zoals vorig jaar is het bevrijdingsfeest weer uitbundig gevierd dank zij donaties uit Nederland. Wegens grote deelname van de schoolkinderen is het feest verspreid over drie dagen. De prijzen die gewonnen kunnen worden bestaan uit schriften en schrijfgerei, handdoeken, slippers, T-shirts enz. Elk deelnemend kind krijgt 1 schrift. Ik kocht dit jaar van de donaties ondermeer 875 schriften. Dank zij giften van langskomende vrienden en toeristen kon ik verschillende initiatieven vanuit het dorp ondersteunen. Bij voorbeeld het bouwen van grote overdekte rustbanken: de Balees


4. Verslag van het project Kapsalon

Met de kapsalon wordt niet alleen het gezin van Gedé en Ketut geholpen, maar omdat op Bali het helpen van familie een heilige plicht is, blijft de steun niet beperkt tot dit gezin, maar worden ook de familieleden van Gedé en Ketut geholpen. Het bouwen zal geschieden door mensen uit Les.

Op 24 juli 1997 is er door het bestuur van de stichting Help Desa Les een brief verzonden aan vrienden van Charles Jacobs, om een bijdrage voor dit doel. De respons was groot: 97 miljoen Rupiah ($14.630, 1 dollar = 6625 Rupiah, koers 15/01/1998) Op Bali wordt ondertussen gezocht naar grond of huis.

We schrijven februari 1998 en in Azië woedt een financiële crisis. Er heerst grote onzekerheid en de mensen zijn bang om te kopen of te verkopen. Uiteindelijk slagen we erin een klein huisje te kopen aan de rand van Den Pasar.

Het huis is klein, maar heeft mogelijkheden omdat er een stuk grond bij hoort. Het kost 72 miljoen Rupiah. We hebben dus 25 miljoen Rupiah over. Het huis is niet direct geschikt voor ons doel, echter wel het enige dat op dit moment te koop is en zeer belangrijk: de papieren zijn in orde. Het ligt nogal ver van het centrum, echter dicht bij een uitvalsweg, in een aardige buurt met huizen waar nogal wat overheidspersoneel woont. Er is nog geen kapsalon. Er moet vernieuwbouw plaatsvinden. Renovatie van het huis; aanbouw van twee slaapkamers en ruimten voor de kapsalon en het geven van danslessen De tekeningen maken we zelf; ze worden door de gemeente goedgekeurd. De bouw wordt door acht mannen en vrouwen uit Les voortvarend ter hand genomen. Het werk wordt nogal eens onderbroken voor bepaalde ceremonies, waarvoor de priester uit Les overkomt, echter het vordert snel. Tot 1 april 1998, boven op de financiële crisis, ook een politieke crisis losbarst.

Wat niemand voor mogelijk hield gebeurt, Suharto komt in het nauw (en treedt uiteindelijk af). Invoer uit het buitenland wordt stopgezet, maar ook het vervoer wordt 100% duurder en wordt algauw vrijwel onmogelijk, omdat vrijwel alles uit Java moet komen waar overal onlusten uitbreken. De prijzen van levensmiddelen, medicijnen, maar ook van bouwmaterialen rijzen ineens de pan uit. Grote paniek! Het geld raakt snel op en de bouw moet worden stilgelegd. De Balinezen schamen zich diep, dat ondanks de gulle gaven van de mensen uit Holland het niet gelukt is de bouw klaar te krijgen. Voor afwerking en inrichting is nog ongeveer ± ƒ 800,- nodig. Nog een keer wordt er een beroep gedaan op vrienden. De vrienden springen bij. De bouw kan worden voortgezet. Ongeveer zeven maanden na de “eerste schop” wordt de zaak officieel geopend. Op Balinese wijze; twee busjes waarin totaal 34 mensen zitten, waaronder de priester, zijn uit Les gekomen, beladen met offers. Op deze manier wordt de goden gesmeekt dat de zaak voorspoed zal brengen.

En de goden beschikken gunstig. Ondanks de zware crisis waarin Indonesië nog steeds verkeert draait de kapsalon goed. Er leven acht mensen direct van; verder worden de ouders financieel ondersteund.

Charles Jacobs,

Januari 2000

PS: Van een aparte ruimte voor het geven van Balinese dansles aan kinderen, is wegens geldgebrek niets gekomen. Gedé werkt sinds maart 2001 in Amerika als ober in een restaurant om het geld daarvoor te verdienen. Met de kapsalon als onderpand kon hij bij de bank geld lenen om de reis en allerlei formaliteiten te betalen.


5. De Jeugdgamelan

Een zeer interessante vraag uit de bevolking heeft dit jaar gestalte gekregen. Zoals reeds op de web-site vermeld wilde men graag een “Gong” oftewel een Gamelan; speciaal voor de jeugd. De Gamelan van de hoofdtempel van Les is te mooi en te heilig om bespeeld te worden door leerlingen. In februari deed zich de gelegenheid voor een Gamelan te huren. Na lange onderhandelingen – enkele maanden – werd een huurbedrag overeengekomen van 100 Euro per jaar. Vooruitlopend op de beslissing begon men op drie plaatsen in het dorp met zelfgemaakte bamboe instrumenten te repeteren. Toen de kogel door de kerk was en een oefenruimte vrijkwam werden er vijf en veertig jongens en meisjes geselecteerd op discipline en ritmegevoel. In april startte men met de repetities. Een hoofdinstructeur bijgestaan door ervaren Gamelan spelers en – zeer belangrijk- een enthousiaste onderwijzer geven les. Elke dag wordt er drie uur gerepeteerd. Het was dan ook een grote gebeurtenis toen de jeugd in juni voor de eerste keer de Gamelan van de hoofdtempel mocht bespelen. Op dertien november bespeelden de jongens (42- voor de drie meisjes was het te zwaar) de Gamelan van de tempel van Sukawane – een zeer belangrijke tempel, hoog in de bergen- waar maar één keer per twintig jaar een driedaagse ceremonie wordt gehouden. Uiteraard is nu de vraag om uniforme kleding en verlenging van het huurcontract van de Gamelan.


6. School Butyang

De school floreert. Er zijn nu vier klassen. Het schoolgebouw telt echter maar drie lokalen. De eerste klas krijgt nu les onder een afdak. In het droge seizoen is dat geen probleem maar tijdens de natte moeson met forse stormen is dat ondoenlijk. Daar de lagere schooltijd zes jaar duurt, is er dus behoefte aan uitbreiding van de bestaande school. Tijdens de eerste besprekingen over het bouwen van een school een paar jaargeleden vertelde de Dusun (gekozen hoofd van Butyang) dat hij hoopte dat de school een positief effect zou hebben op het imago van Butyang. De bewoners werden als tweede rangs burgers beschouwd (bergbewoners zijn erg arm.) Die hoop is werkelijkheid geworden. Er komen veel bezoekers van gemeente en district. Er worden grote vergaderingen gehouden met allerlei belangrijke mensen. Het grote warenhuis Mata Hari stuurde een afvaardiging die tijdens een mooie plechtigheid landkaarten, schoolboeken, schriften en speelgoed aan de kinderen gaf. Het zelfbewustzijn van de mensen van Butyang is volgens de Dusun merkbaar toegenomen en ik heb gemerkt dat ze nu meer voor zichzelf durven op te komen.

Er zijn vier onderwijzers werkzaam, waarvan een betaald door de regering. De andere drie krijgen een zeer schamel salaris gedragen door de gemeente plus de stichting. 75 Euro voor de onderwijskrachten en 75 Euro voor leermiddelen. Ik stel voor dit bedrag te vergroten in de toekomst.


7. Het verbeteren van een pad naar Buhutyang. Zoals vermeld lopen er drie paden naar boven; het één nog steiler en gevaarlijker dan het andere. Men zou zo graag één pad zó willen verbeteren dat men met een bromfiets naar boven kan. De bewoners van Buhutyang hebben de volgende argumenten:

* Het economische: opbrengsten van de landbouw kunnen sneller naar beneden worden gebracht. Nu moeten de vrouwen de producten in manden naar beneden dragen.

* Het sociale: zieken kunnen sneller achter op de bromfiets naar beneden worden gebracht, naar eerste hulppost of dokter, en oudere mensen die moeilijk ter been zijn kunnen hun familietempel in Les weer bezoeken. Ook dat vindt men zeer belangrijk.

Verbetering van het pad (± 1,5 km) is mogelijk door het weghalen van de steilste stukken door het aanleggen van S-bochten, het verbeteren van de bestrating (nu, eeuwenoude gladde keien) en het cementeren van het pad. De bewoners klaren de klus zelf. De kosten bestaan uit cement, zand, het aankopen van stukjes grond (S-bochten). Men denkt nodig te hebben ± 30.000.000 Rupiah (± € 3600,-).

Bedankbrief Charles aan de directeur van Info.nl, de heer H.Bushof,

16 december 2002.

Beste Henk,

Om jullie een idee te geven wat tot nu toe met het door jullie gedoneerde geld is gebeurd stuur ik jullie het volgende verslag: Hartelijk dank ! Terima-kasih Banyak !

23 Januari 2002 arriveerde ik weer in Desa Les. De mensen in Buhutyang, behorend bij Desa Les, waar de nieuw gebouwde school staat, had ik beloofd dat ik mijn vrienden in Nederland financiële hulp zou vragen om een weg aan te leggen tussen Les en Buhutyang. De mensen hebben zo veel vertrouwen in de Nederlanders, dat ze alvast begonnen waren! Tien mensen hadden gedurende twee maanden een tracé uitgezet en hadden daarvoor met vele grondeigenaren moeten onderhandelen. De kepala van Buhutyang vertelde dan ook trots, dat iedereen, de vele meters, nodig voor het aanleggen van de weg, gratis ter beschikking stelde. Samen liepen we, zover mogelijk, het tracé. Er stond niets op papier en dat was ook niet nodig; iedereen wist precies hoe de weg moest lopen. Hijgend, steunend en stomverbaasd volgde ik de kepala, die naar links en rechts wees, springend van rots op rots. Het leek me een haast onmogelijke opgave.

Het traject is erg steil; grote rotsblokken moeten tot kleine stukken worden geslagen. Het tracé moet er mee worden geplaveid. Muren links en rechts van de weg, moeten worden gebouwd. Steile stukken behoeven cement. Om auto’s meer greep te laten krijgen, wil men twee banen van de weg cementeren. Het zal zeker een jaar duren! Maar het enthousiasme is groot en men begint gewoon; van onderen naar boven. De hele mannelijke bevolking van Buhutyang 70 – 80 man (vrouwen zorgen voor eten en drinken) onder leiding van de kepala werkt aan de weg: van 7 tot 12 uur, 3 x per week. Grote rotsblokken kapot slaan, zand sjouwen, stenen sjouwen, alles met de hand. Ik ga een of twee keer per week kijken; probeer grapjes te maken, het lukt altijd: de Balinezen zijn goedlachs. Maak foto’s, later film ik. Ik geef de kepala sigaretten die ze vervolgens uitdeelt: iedereen één sigaretje.

Half februari begint het ‘s morgens te regenen; het regent keihard, 6 uur lang. Ik ben op bezoek bij mensen aan de rand van Les en kan onmogelijk naar huis. De rivier die dwars door het dorp loopt is veranderd in een kolkende stroom, rotsen en bomen meesleurend, zo raakt later bekend. We zitten uren dicht op elkaar, gehuld in handdoeken en sarongs bibberend van de kou. Als ‘s avonds de hevige regen overgaat in een gewone bui, wordt duidelijk, wat deze tropische storm heeft te weeg gebracht. Drie mensen zijn omgekomen. Zes koeien laten het leven. Vele huizen staan blank (ook het mijne!) bedden, kleding; alles is nat en daar de zon niet doorkomt, slapen we allen op de kletsnatte kapokmatrassen. Les is afgesloten van de buitenwereld, vanwege zandverschuivingen en omgewaaide bomen. Na drie dagen blijkt dat ook de paden naar Buhutyang weggespoeld zijn en de vorig jaar gebouwde school zwaar beschadigd is. Het aanleggen van de weg is des te urgenter geworden. Het aangelegde stuk ziet er nog goed uit. De school wordt eerst hersteld en het werk aan de weg meteen weer ter hand genomen. Het droge seizoen zet in en er valt geen druppel regen meer. De maanden verstrijken en het is erg droog. De bergen zien geel en het kost de kleine boeren uren om wat groens te vinden voor hun koe of varken. De koeien zie je magerder worden. De mensen werken nu 2 x per week aan de weg en raken vermoeid.

De eerste 150 meter is klaar; wordt echter afgekeurd door twee “specialisten”, te weten chauffeurs die elke week twee keer met een truck naar Surabaya rijden. Ze zeggen: “Het is te steil; naar boven zal wel gaan maar naar beneden “hampir” (amper dus). Over een lengte van 50 meter moet alles er weer uit, een halve meter uitgraven en opnieuw plaveien. De gestapelde stenen aan weerszijden van de weg storten in. De mensen worden moedeloos. De kepala verwoordt het treffend: “mr. Charles, keringat sudah habis” (Het zweet is al op). We gaan op zoek naar een bulldozer, die een of twee dagen kan worden ingezet. Alle bulldozers in de wijde omgeving, inclusief die van het leger zijn kapot; al jaren. De kepala van Desa Les doneert rijst, iedereen krijgt 2 kg.

Ik vind bij toeval 40 km. verder een kleine shovel en geef adres en telefoonnummer aan de kepala. Die komt na 10 dagen met een idee. Als we het geld dat anders naar de eigenaar van de shovel gaat, nu eens gebruiken om de mensen opnieuw te motiveren. Concreet: gedurende een paar weken, telkens tien mensen, zodat iedereen aan de beurt komt, laten werken tegen betaling: van 7 – 12 uur à Rupiah 10.000 per man (1 Euro). Verder specialisten inzetten om de afscheidingsmuren te bouwen. Daar spreken we dan een prijs voor af. Ik vind het goed en het blijkt een zeer goed idee. Ik zie, dat er telkens 10 man “boven”het tracé klaar maken en “onder”de rest, zand sjouwen, rotsen klein hakken en het tracé plaveien. Ook wordt gecementeerd. Cement echter wordt een probleem: de prijs stijgt alsmaar. We besluiten; nu cement kopen, nodig voor één kilometer. Die blijft bij de leverancier; er wordt naar behoefte geleverd, omdat ter plaatse geen opslag mogelijk is. Dat zijn dingen die ik zelf doe, niet alleen omdat me gebleken is dat ik beter kan onderhandelen dan de kepala (te verlegen) maar ook om elke schijn van corruptie te vermijden.

We zijn vóór de bui binnen, want als op 15 oktober in Kuta-Legian de bom barst verdubbelt al gauw de prijs van cement. Tot ik vertrek, eind oktober, zal men met man en macht proberen één kilometer klaar te krijgen. Het werk wordt stil gelegd tot ik in februari weer terug ben; ook vanwege de hevige regenval gedurende die maanden. Ik neem afscheid en van alle kanten wordt me toegeroepen:”Je komt toch zeker terug?”

Aan de horizon dienen zich nog meer zaken aan.


8. De aanschaf van een gamelan en bouw van een sociaal-culurele ruimte.

Het handjevol jonge mannen, die in hotels in het zuiden werken, zijn nog volledig op hun dorp Les gericht; zeer betrokken – ze leggen hutje bij mutje voor de salarissen van de onderwijzeressen van de nieuwe school in Buhutyang -en zijn erg actief op sociaal-cultureel terrein Ze maken zich grote zorgen over de toekomst van hun dorp en komen vaak met me praten (gaat dan in het Engels). Ik vroeg hen hun zorgen maar eens op papier te zetten en dat gebeurde.

To Mr. Yacob Charles

From: Nyoman Suastana (Villager)

Dear Charles,

It is a great pleasure for me to explain about situation
and condition and the target for our future Bali Island
in generally and my village in particular.
Talking about Bali: it is famous with its beauty panorama,
art and culture with the society system thatsway. Bali wellknown
with the object of art and culture tourism. The only one in the
world still have pure art and culture in Paradise.
However, it is really Big challenge (problem). How to defend them
all as of know on most of our youth in Bali do like modern thing.
So our social worry, we will be lost them all, so in other words,
the world will be lost everything the pure.
Our local gouvernment (governor) instructed to do active in every
village in Bali to build Center of Art and Culture and Library;
education as well with own otonomous financial. Well my village
is really poor village: situated about 170 km in the north east
of Capital city of Bali, Denpasar. My village named Desa Less
where our village located on the Beach and
under of dry hills.
My village population is 8500 people
Majority are

·Poor farmer
·5% fish farmer traditional
·5% work in Denpasar as labor project
·others are teacher, work for government
·Employee for hotel and restaurant in Denpasar with very budget life

We have many problems in the village such as:

1.Art and Culture, Library, Education
2.Cleanness
3.Market

1.For Art and Culture: in my village now very poor than other villages;

besides we never teach them but also we don’t have place and tools
(instrument to most of children activityis playing for nothing, it is
really useless). To provide the needs such as place, center building for
develop, art and culture, education, library, and the traditional
instrumental (Gong). This cost lot of money, it is really not possible
for us. However we must do something to save the generation, to save art
and culture, education for our village in particular, Bali won’t in general.
We do have already planning. How to implement this soon: we still waiting
for the wise and kind people who could support, and donate this programme
with good financial.

2.For cleanness,

most of people do like cleanness, my village
need maximize cleanness, we must give them education about it.
It is need reality implementation.

3.Market

For the time being we have market. However it is still poor, not
well organized yet as we have not special place. Now the seller
for everyday needs consumption. Still use the line of the street,
it is so dangerous. If the market already well organized it will
be good benefit for our village incomes.
Among those three programme, the number one programme
is very importance; the other maybe we will propose to
the government. Event we don’t know when the government
could fulfill or accomodate our request -it is so difficult.
That is sort explanation about the reality of our village
condition, we do hope there is a wise and kind man
could donate the money for it.

God bless us

Villager

(Nyoman Suastana)

De wensen komen voort, zoals wellicht duidelijk is, uit angst dat de eigen cultuur naar de knoppen gaat. De jeugd trekt naar het zuiden om geld te verdienen en ze hebben amper tijd (of zin?) om de vele verplichtingen na te komen. Wat men graag wil, gestimuleerd door de gouverneur van de provincie Bali, is handhaving van de eigen unieke cultuur, door educatie en onderricht in dans en muziek. Men wil dus graag een ‘gamelan’ (gong). En een overdekte ruimte met 3 kamertjes voor opslag, kleedruimte en wc’s. Deze sociaal-culturele ruimte moet ook voor andere doeleinden gebruikt worden.

Ook over de kosten heeft men nagedacht. Een ‘gamelan’ kunnen ze nooit betalen want die kost wel ± € 6800,-. De ruimte kan men zelf bouwen. De kosten bestaan dan uit het kopen van cement en zand, hout en zink voor het dak. Men schat het op ± € 3200,-. Mooie wensen, ze willen het graag, ook dus de gouverneur, die er echter wel bij zegt dat het dorp het zelf moet betalen. Het staat er zo mooi: ” with own atonom financial” (bijlage 6). Er wordt verder gewag gemaakt van de rotzooi (plastic) en een betere plek voor de dagelijkse markt. Ik denk dat beide punten vooral een zaak is van goede voorlichting (de scholen) en organisatie (men moet het afval natuurlijk wel ergens kunnen laten!)


9. Het opstarten van een voorbereidende beroepsopleiding.

In Les bestaat de enige werkgelegenheid uit kleine visserij, het bewerken van de schamele stukjes grond en het voeren van de varkens en koeien. Dat kunnen de ouders, bijgestaan door de opa’s en oma’s, wel aan. Vandaar dus de uittocht van de jonge mensen naar het zuiden, waar ze vrijwel allemaal in de bouw terechtkomen en blijven steken in de lagere regionen. Sjouwen en helpen van de metselaars en timmerlieden, tegelzetters en elektriciens (eigen ervaring en geleerd van vader op zoon).

Ik heb veel contacten met deze jonge mensen, ontmoet ze op de werkplek in vooral Denpasar (hoofdstad van Bali) en natuurlijk in Les. Geld voor voortgezet onderwijs is slechts voor enkelen weggelegd. Beroepsopleidingen zijn er wel op Bali, maar zijn duur en alleen ten behoeve van de hotels en restaurants. Jongens vertrekken direct na de lagere school vol enthousiasme in overvolle ‘bemo’s’ naar de grote wereld, die voor hen het zuiden is. Velen van hen zie ik na verloop van vrij korte tijd weer terug in Les, vermagerd, maar meer gespierd; het enige waar ze trots op zijn. Echter zeer verlegen (‘malu’) dat ze het niet hebben kunnen volhouden. Ze vertellen me wat ze moesten doen, wat ze verdienden en waarom ze teruggekomen zijn. Ze leerden niets, kregen 15.000 Rupiah (€ 1,75) per dag, amper genoeg om van te eten. Ze hadden geld moeten lenen, ze waren teleurgesteld en hadden nergens zin meer in: “prustatie, prustratie, Charles”.

En toen dacht ik, als we nou eens voorzichtig in Les met een voorbereidende beroepsopleiding zouden kunnen starten! Gewoon een goede timmerman en een goede metselaar vragen hun kennis tegen betaling over te dragen aan de jonge garde. Dat zou een unicum zijn op Bali! Aan dit soort educatie had men natuurlijk niet gedacht, omdat het gewoon niet bestaat op Bali. Ik wil dit idee ter sprake brengen zo gauw ik de “Balinese denktank” weer zie in de hoop dat ze er enthousiast voor zijn en het tot hun idee maken.

Situatie begin 2003

Van mijn vroegere werkgever heb ik vier computers gekregen. Dit moet het begin worden van het opzetten van een beroepsopleiding. In afwachting van giften van vrienden uit Nederland zullen de lessen in het omgaan met de computer in mijn huisje plaatsvinden (eerst moet het ‘wattage’omhoog, want nu zit telkens de halve straat zonder stroom als ik een computer aanzet!).


10. Aanschaf van een computer met printer.

Eén van de nog niet opgeloste problemen bij de school in Buhutyang is het verkrijgen van goed lesmateriaal. Een jonge, enthousiaste, maar werkloze onderwijzer uit Les stelde voor een computer met printer aan te schaffen om zelf lesmateriaal te kunnen maken. Hij zou dan ook graag de meest pientere jongens en meisjes computerles willen geven (geeft hen uiteraard een grotere kans op de arbeidsmarkt). De onderwijzer zou dan natuurlijk eerst zelf een computercursus in Denpasar moeten kunnen volgen. Het zou wel de eerste computer in Les zijn! In Les is wel elektriciteit, al valt die vaak uit, echter géén telefoonaansluiting.

Tenslotte moeten de mensen het zelf doen; moet elk idee gedragen worden door de dorpsgemeenschap en het moet te overzien zijn (kleinschalig dus). Het zou mooi zijn als de stichting het dan financieel mogelijk zou maken.

Situatie begin 2003.

De computer is er. Zie verder onder punt 3.


11. Verbetering infrastructuur Gang 1, Desa Les.

April – mei 2002

Niet alleen bij mij, maar ook bij vele medebewoners van Gang 1, heerste ergernis over de rotzooi, vooral plastic en de onmogelijkheid die rotzooi ergens te storten. Toen ik hoorde dat de jaarlijkse competitie onder de dorpen van de provincie (wat is het netste dorp?) begin mei weer zou plaatsvinden, was dat een mooie gelegenheid, als de mensen dat tenminste wilden, er iets aan te doen.

Ik nodigde 4 jonge mannen op de koffie om over het idee te praten. Die waren meteen enthousiast en kwamen ook met concrete ideeën: plantenbakken en plekken waar men rotzooi kon verbranden. Ik stelde toen voor dat ze gedurende een week met de mensen van de straat zouden praten. Bijvoorbeeld op de drie rustbanken (balé genoemd) waar iedereen gedurende de dag en avond uren doorbrengt. Al na twee dagen werd er “rapport”uitgebracht! Ze waren al naar de kepala desa geweest of er geld was (was er niet) en kwamen met concrete voorstellen: Grote schoonmaak van de straat (had ik wel op aangedrongen); gemetselde plantenbakken van batako; afvalbakken, 1 per huis; grote bakken waar men vuilnis kon storten en verbranden. De kosten zouden bestaan uit: kopen van planten; 30 afvalbakken van batakobloken (cementblokken); cement, zand, ijzer en loon voor de metselaars. Geschatte kosten Roepia 3.000.000,- (± € 350,-).

De kepala desa was enthousiast (must exempel mr. Charles) en op de afgesproken vroege morgen (ik werd uit bed geroepen) stonden er aan het begin van de straat zo’n 25, meest jonge mensen klaar. Er moest grote schoonmaak worden gehouden! Iedereen stond verlegen te giechelen. Ik begon gewoon met blote handen, plastic en andere troep op een hoop te gooien. Nog meer gegiechel. De kepala desa keek zeer ongelukkig (sommig ‘vuil’ had een religieuze betekenis, hetgeen ik niet wist) maar begon gewoon mee te helpen. Als bij donderslag begon toen iedereen! De straat inkijkend zag ik tot mijn stomme verbazing ineens alle vrouwen met bezempjes aan het vegen slaan! Na een uur zag de straat er schoon uit en iedereen keek zeer tevreden. Een buurtbewoner in het bezit van een vrachtwagentje zorgde voor aanvoer van batako, later voor zand en cement voor de specie en de plantenbakken. Uiteraard geholpen door zo’n 10 tot 25 jongelui. Ze maakten er zoals altijd weer een feest van. Vijf zakken cement werden spontaan aangeboden. Ik ontkwam er niet aan om een paar kippen en rijst te doneren voor een gezamenlijk eetfestijn. Twee metselaars en twee helpers werden aangewezen. Iedereen liep te sjouwen en blijkbaar kent men elkaars capaciteiten; coördinatie was niet nodig. Twee keer kwamen oudere bewoners in het geweer en moest een begonnen werk worden gestaakt of afgebroken; men doorkruiste een pad, door de goden gebruikt, of een plek werd ingenomen door zielen van gestorvenen.

Na lang zoeken vonden we geschikte vuilnisbakken; gerecyclede autobanden! We kregen er 3 gratis. Planten werden gekocht in Den Pasar. Op twee plaatsen werden grote bakken gemetseld bedoeld om het vuilnis te verbranden. Na 14 dagen was alles klaar, geverfd en wel zag de straat er heel wat mooier uit dan voorheen. Het project had natuurlijk veel bekijks, van vaak jaloerse dorpsbewoners, met opmerkingen als; ja, zo kunnen wij dat ook! Charles betaalt alles!

Maar wat de kepala desa had gezegd: “exempel mr. Charles”, bleek te werken. Overal werd schoongemaakt. De schoonheidscommissie arriveerde. Zeker 25 geüniformeerde mannen en vrouwen van de provincie. Vele duimen gingen omhoog in mijn richting. Toen na 10 dagen bekend werd gemaakt dat Desa Les no. 1 was van de schoonheidswedstrijd van de provincie, werd dat op echt Balinese wijze gevierd. Veel toespraken (waar niemand naar luistert!), Balinese dansen en veel gamalanmuziek

Begroot Roepia 3.000.000,-, uitgegeven Roepia 3.502.500,-.


12. Verslag sponsoring Nyepi

April 2002

Nyepi, zo wordt het Balinese nieuwjaar genoemd. Het feest duurt drie dagen. Op de eerste dag worden met veel lawaai, vuur en een grote optocht de geesten en ronddolende zielen van het eiland verjaagd. De tweede dag wordt in volledige rust doorgebracht. Er mag geen vuur noch elektriciteit worden gebruikt. De mensen moeten in hun huizen blijven. De derde dag is het feest. In Desa Les gaat men naar het strand waar veel kraampjes met voedsel en speelgoed staan om de uitgelaten mensen te gerieven. De optocht is zeer belangrijk. Wekenlang wordt door de bewoners van elke straat of wijk gewerkt aan het maken van monsterachtige, angstaanjagende figuren, 3 tot 4 meter hoog. In elk dorp of stad zie je die figuren gemaakt worden. Gang 1 had al een paar jaar, tot ieders verdriet, wegens geldgebrek niet aan de optocht kunnen meedoen. Om het moreel en imago van de straat op te krikken heb ik namens de Stichting het maken van zo’n figuur mogelijk gemaakt. Gang 1 staat n.l. in Desa Les niet zo goed aangeschreven.

Geschatte kosten Roepia 450.000,-. Werkelijke kosten Roepia 397.000,-.


13. Een gezondheidscentrum in Desa Les, Bali?!

Bali is een eiland ten oosten van Java. Het telt ongeveer 3 miljoen inwoners die wonen op 85 bij 160 km. Bali wordt het “Eiland van de Goden” genoemd. Desa Les, waar ik woon, is traditioneel hindoeistisch; het telt 13 grote tempels en ontelbare kleine. De godsdienst; de “Agama Hindu Bali”, is zeer belangrijk voor de mensen; ze hebben er alles voor over. De kultuuruitingen daarvan, de mooie natuur en de vriendelijkheid van de mensen trekken veel toeristen. Hoofdzakelijk Zuid-Bali heeft (had) daar veel profijt van. Er zijn grote verschillen tussen noord en zuid. Een bergrug verdeelt het eiland. Het noorden is arm en droog. Het zuiden is relatief rijk, door toerisme en veel regen gedurende het gehele jaar, rijk aan rijstvelden. Bali is voor 75% afhankelijk van het toerisme. Ten gevolge van diverse crises; economisch, Sars, oorlog Irak en vooral ook door de bommen in Legian-Kuta op 12 oktober 2002 is het toerisme drastisch afgenomen en de armoede slaat toe.

Vooral het dorp Desa Les (7000 inwoners) waar ik al ruim 13 jaar woon, is hard getroffen. Er zijn zeer veel ontslagen gevallen; mannen en vrouwen werkten vooral in de bouw in het zuiden. Uitkeringen kent men niet en van Jakarta valt niets te verwachten. In Desa Les wonen boeren en vissers. De vissers konden hun vangsten kwijt aan de hotels en de restaurants. Wat hoger tegen de bergen wonen de boeren; kleine boeren. Iemand met twee hectare wordt als een grote boer gezien. Verbouwd worden vruchten; ramboetan en mango. Die doorstaan de lange rit naar Jakarta echter amper of niet. Sinds jaren probeer ik met financiële hulp van vrienden uit Nederland, middels projecten, verbetering in de levensomstandigheden aan te brengen.

De gezondheidszorg is een groot probleem. Er zijn geen artsen meer, ook niet in de omgeving. Er is wel een zgn. puskesmas een eerste hulppost (eigendom van de centrale regering) met twee parttime verpleegsters. Daar tegenover staat een gehuurd huis, waar de vroedvrouw woont (de bidan) en waar de bevallingen plaatsvinden. Al jaren smeekt men “Jakarta” om verbetering in de toestand. Geen geld! De familie van Leeuwen; man huisarts in Leiden, vrouw praktiserend psychologe, bezochten Desa Les twee keer. Ze konden het gewoon niet meer aanzien en wilden wat doen in de vorm van instrumenten en verbandmiddelen. Verder willen zij een maand per jaar naar Desa Les komen om de verpleegsters en de bidan te helpen de instrumenten goed te gebruiken en voorlichting te geven vooral over hygiëne. Tijdens de gesprekken met de Kepala Desa (vgl. gekozen burgemeester) en de bidan (vroedvrouw) werd natuurlijk gauw duidelijk dat het dorp blij zou zijn met die hulp, maar dat hun vurige wens een eigen gebouwtje was; eigendom van het dorp. De bidan zou daar dan ook kunnen wonen. Toen moest de familie van Leeuwen weer naar huis (oktober). Na veel beraadslagingen (de universiteit van Denpasar werd ook om hulp gevraagd) is er een tekening en een begroting tot stand gekomen. Een eenvoudig gebouw van 7,5 bij 15 meter, gebouwd met ter plaatse gemaakte cementblokken en een zinken dak komt op Rp 104.275.000 (inclusief lonen). Dat is ongeveer gelijk aan 11.000 Euro, inrichting en instrumentarium niet inbegrepen (weten we nog niet). Als we erin slagen om het geld bijeen te krijgen dan word ik wat genoemd wordt automatisch ‘bouwheer’. De bouwheer koopt de materialen en heeft de supervisie. Ik heb daar gelukkig al ervaring mee (o.a. de realisatie van een school hoog in de bergen).

Geheimen bestaan niet in mijn dorp, dus al meteen kwamen vele vrouwen (!) vragen of hun man mocht komen werken. Want ondanks dat ik telkens zei dat we het zouden proberen, gaat men er denk ik vanuit dat de kliniek er komt. Want in ieder geval op Bali, is het vertrouwen in de Nederlanders huizenhoog! Alle giften lopen via de Stichting ‘Help Desa Les Bali, waaraan ik uiteraard verslag en verantwoording afleg. Waarom al die inspanningen wordt mij altijd gevraagd? Ik weet geen ander antwoord dan: De mensen in Desa Les zijn het waard.

Charles Jacobs

Kasterlee februari 2004


14. Een nieuwe Puskes Mas voor Desa Les

In de herfst van 2003 bezocht ik samen met mijn vrouw Les. We waren onder de indruk van de diverse kleinschalige projecten waarmee Charles Jacobs de bevolking van het dorp probeerde te helpen. Vanuit onze professie, huisarts en psycholoog, zijn we altijd geïnteresseerd in de lokale gezondheidszorg en we lieten de mogelijkheid van een bezoekje aan het lokale ‘gezondheidscentrum’ (puskes mas) dan ook niet aan ons voorbij gaan. Het bleek een klein en vooral oud centrum voor basisgezondheidszorg, bemand door twee parttime werkende verpleegkundigen. Een arts is niet aanwezig, daarvoor moet men minimaal 10 km.reizen. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis ligt op 45 km. afstand. Bevallingen worden verzorgd door een verloskundige (bidan) in een huis dat daarvoor bestemd is en naast de puskes mas ligt. Het geheel van deze voorzieningen maakt een uiterst armetierige indruk, de gebouwtjes verkeren in een deplorabele staat en met de hygiëne is het afschuwelijk gesteld. Op onze vraag of wij iets zouden kunnen betekenen voor de lokale gezondheidszorg, bracht Charles ons in contact met de kepala desa. Dit bleek een heel gedreven man te zijn, die niets liever wilde dan zijn dorp wat vooruitgang te brengen, maar nauwelijks middelen had om dat te doen. Op het gebied van de gezondheidszorg bleek zijn grootste wens een nieuw gebouw voor deze voorzieningen. De kosten daarvan bedragen 10.000 tot 12.000 euro.

Wij hebben hem beloofd om eenmaal terug in Nederland, op zoek te gaan naar sponsors voor dit project. Met het vieren van het 25-jarig bestaan van ons eigen gezondheidscentrum in Leiden, hebben we daar een begin mee gemaakt. Op het moment van dit schrijven, maart 2004, is de helft van het benodigde geld ingezameld en we hebben goede hoop het resterende geld binnen niet al te lange tijd ook beschikbaar te hebben. Inmiddels blijkt het enthousiasme van de mensen in Les voor dit project bijzonder groot. Er zijn al bouwtekeningen gemaakt, een uitgebreide en zeer gespecificeerde begroting is gemaakt en de grond waarop het gebouw moet worden gerealiseerd is beschikbaar. Reden genoeg om ons best te blijven doen dit sympathieke project van de grond te krijgen.

Rob van Leeuwen

Zie ook foto’s van het bestaande gezondheidscentrum.


15. De polikliniek geopend

Na een voorbereiding van minder dan een jaar was het op 14 september jl. zo ver: de Polindes (polikliniek) Desa Les werd geopend. Het gebouw bevat twee spreekkamers voor een verpleegkundige en een arts, een verloskamer en een uitslaapkamer. Daarnaast is er een woongedeelte voor de vroedvrouw en een administratie-ruimte. Zoals gebruikelijk op Bali is het geheel ommuurd en in de tuin staat een kleine huistempel. De inrichting is prima verzorgd; alle noodzakelijke medische apparatuur is aanwezig, zelfs een couveuse voor te vroeg geboren kinderen.


16. De school in Butyiang gerenoveerd

Vorig jaar konden we berichten over de geldinzameling bestemd voor de school in Butyiang. Butyiang is de verzamelnaam van een drietal kampongs in de heuvels rondom Les. Als we het over armoede hebben, dan is daar armoede. Het is een droog gebied, de mensen leven van het beetje dat het land oplevert; wat mais, wat vruchten, kokosnoten en gras dat verkocht wordt als veevoer.

Voor het geld, via een sponsorloop ingezameld op de Tandemschool in Leidschendam hebben we de volgende bestemmingen gevonden:

1. Leermiddelen, vooral boeken ter ondersteuning van het werk van de leerkrachten.

2. School- en sportkleding voor de kinderen. Schooluniformen zijn, zoals overal in Indonesië, verplicht en de kleding van deze kinderen was erg armetierig.

3. Per kind 1 kg. rijst per week. Dit is ongeveer de hoeveelheid die een kind als basiseten nodig heeft. Door het geven hiervan wordt voorkomen dat de ouders hun kinderen weghouden van school omdat zij moeten bijdragen aan het gezinsinkomen door gras te gaan snijden in de heuvels.

4. De rest van het geld is bestemd als begin van het kapitaaltje dat nodig is voor de renovatie van de bestaande school en de bouw van drie nieuwe lokalen.


17. De weg naar Butyiang

Het beter begaanbaar maken van de weg naar Butyiang is een project dat al enige jaren loopt. De arbeid wordt gratis geleverd door de dorpsbewoners, het noodzakelijke materiaal gefinancierd door de stichting. De weg is zo goed als klaar!! Het blijft een steile klim en de weg is zeker niet begaanbaar voor auto’s, maar toch, de wandeling is een stuk gemakkelijker geworden. En dat betekent veel voor de mensen in de heuvels. Niet alleen voor de kinderen die er naar school gaan, maar meer nog voor de ouderen die hun eenvoudige handelswaar een stuk gemakkelijker kunnen vervoeren naar Les.


18. De Balai (Het dorpshuis)

Dit gemeenschapsgebouw gelegen in de ‘hoofdstraat’ van Les, dient als verzamelplaats voor allerlei bijeenkomsten en verkeerde in een deplorabele staat. We wilden het geschikt maken voor opleidingen, oefenruimte en als vergaderplek. Na rijp beraad, moesten we de conclusie trekken dat het gebouw redelijkerwijs niet meer te renoveren was. Inmiddels is het gebouw dan ook gesloopt en zijn er nieuwbouwplannen gemaakt.


19. Het gamelanorkest

Het gamelanorkest voor de jeugd is een groot succes. Zo’n 25 jongeren doen enthousiast mee en maken onder de bezielende leiding van één van de onderwijzers in het dorp, inmiddels prachtige klassieke gamelanmuziek. Regelmatig mogen zij hun kunsten vertonen bij ceremonies en andere feestelijke gelegenheden. Naast het plezier dat de kinderen hieraan beleven, wordt met deze activiteit een stukje traditie in ere gehouden. Immers, gamelanmuziek is niet weg te denken uit de Balinese cultuur.


20. Tandheelkundige zorg

In Les is geen dokter gigi (tandarts) aanwezig. De gebitten van veel mensen verkeren in slechte staat en kiespijn is één van de vele klachten waar Charles Jacobs regelmatig mee wordt geconfronteerd. Dankzij een bijdrage van de stichting worden nu periodiek groepjes mensen uit Les door een tandarts in Singaradja geholpen.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.help-desa-les-bali.nl/projecten-tot-nu-toe/