Pagina afdrukken

Couleur Locale

Het leven in Desa Les

Om een beeld te schetsen van het dagelijkse reilen en zeilen in een Noord-Balinese dorpsgemeenschap volgt hier een verslag van een dag uit het leven van Charles Jacobs.

De foto rechts laat de zelfgemaakte gamelan zien welke nu in Les gebruikt wordt.


Eten, hanengevechten en ander ceremonieel…
Zeker twintig keer per dag wordt me gevraagd (vooral door vrouwen) of ik al gegeten heb. Eten, offers brengen en naar de tempel gaan voor ceremonies, dat zijn de dingen waar alles om draait. Ibu, mijn buurvrouw drijft een “restaurant”, een wel zeer groots woord voor een afdakje voor het huis, waaronder een tafel en een paar bankjes. Daar komen buurtbewoners eten en vooral kletsen. Jongeren nemen hun bordje mee en genieten hoorbaar, hurkend of zittend op een grote steen.

In het begin ging ik ook op zo’n bankje zitten. Gedé gaf me echter een stille wenk, dat het misschien beter was als men het eten bij mij binnenbracht. Ik had ook het gevoel dat dat beter zou zijn, want de mensen wilden ook met gesloten mond eten, en dat zijn ze niet gewend; een bekkentrekkerij was het gevolg. Ik eet dus in mijn eigen huis en als ik genoeg heb, zitten er altijd al een paar jongelui op het vinkentouw om de rest te komen verorberen; altijd lekkerder dan thuis!


De ochtend
Het leven begint vroeg in Les, om 5 uur roept de tempel, de hanen kraaien om het hardst en de cassetterecorder (als ze die hebben!) wordt open gedraaid. Ik sta later op, ontbijt europees: cornflakes met melk (koop ik in de grote stad). De eerste ceremonies met offers aan de goden zijn voorbij en de vrouwen die teruglopen van de tempel offreren me een appel, banaan en zelfgemaakte zoetigheden (mijn lunch dus).

Tijdens de bouw van de school in Buhutyang was het vanaf 7 uur een komen en gaan, als ik niet zelf naar “boven” was gelopen. De aannemer komt voor overleg en geld. Als ik het niet begrijp moet Ketut (die van de ‘haggest waterfal’!), die zichzelf Engels heeft geleerd, er bij worden gehaald. De ‘kepala dusun’ (hoofd van het gehucht) is al naar beneden gekomen voor overleg, mensen uit de straat komen met klachten: verkoudheid, schaafwonden, hoofdpijn. En ik, wat ik van m’n leven niet had kunnen bedenken, deel paracetamol uit, vitaminepillen en pleisters!

Tot ± half 11, dan wandel ik naar de waterval. Ik loop er al jaren zowat elke dag naar toe, toch vragen vele mensen altijd “ke mana (waar ga je naar toe)?”, “naar de waterval”; “alleen?”, “ja”, “brani “(jij durft). De waterval is niet alleen heilig, maar er huizen ook demonen; een balinees zal er nooit alleen naar toe gaan.


De middag
Ik lees veel, koop of krijg boeken die toeristen achter laten. Om ± 5 uur komen de jongelui bij elkaar, ongeveer vóór mijn deur, met hun hanen. Die worden gekeurd, bewonderd , tegen elkaar opgezet en het ene na het andere gevecht vindt plaats, uiteraard zonder mesjes aan de poten; gewoon oefenpartijtjes! Om ± 6 uur wordt het avondeten door de zijdeur aangereikt. Mijn zijdeur is precies tegenover de zijdeur van de buren, er zit 1,5 meter tussen, en die deur grenst weer aan de open ‘dapur’ (keuken). Allemaal heel gemakkelijk, zoals alles heel gemakkelijk verloopt op Bali. “Sing ken ken” hoor je vaak; geen probleem, maak je niet druk. Wat eten we vandaag, nou dat is niet moeilijk, het is altijd hetzelfde: gekookte rijst, gekookte groenten, een beetje kip en als er in de buurt een varken is geslacht krijg ik daar ook mijn deel van. Heel gezond en ik vind het nog steeds lekker.


Ceremonies
Als er iemand dood is in de buurt ga ik ook zoals velen op bezoek. De Balinese vrouwen brengen rijst en koffie mee. Ik zelf een enveloppe met geld. Mijn buurman (de man van Ibu) vertelt me hoeveel ik in de enveloppe moet stoppen! Volgens hem voor de rijken meer dan voor de armen. Ik volg zijn goede raad vrijwel altijd op, maar dit vind ik wel wat kras! Huwelijken, geboorten, het eerste haarknippen van de baby na ± 3 maanden, allemaal belangrijke gebeurtenissen met ceremonies, dans, wat eten en drinken. Men drinkt ‘brem’, eigengemaakte lichtalcoholische palmwijn. Dat lust ik niet, voor mij is er ‘arak’, eigenlijk hetzelfde, maar een paar fasen later in het distillatieproces. Het beste is natuurlijk dat er ook een varken wordt geslacht, maar dat kan lang niet iedereen betalen.


De waterval
De waterval van Les trekt niet alleen enkele toeristen per dag, maar is voor de bewoners van Les van essentieel belang en een heilige plek. Dat houdt in, dat er veel offers worden opgedragen; dat je er niet mag vertoeven tussen 12.00 en 13.00 uur, en op de Balinese kalender staan met een zwarte stip de dagen vermeld dat er niemand mag komen. Wellicht komt dit alles, omdat de waterval de enige waterbron is, die zorgt voor drinkwater (er is een pijpleiding naar het dorp) en water om de fruitbomen en de maïs te bevloeien. Verder zorgt hij ook voor een constante watertoevloed naar de badgelegenheid in het centrum van het dorp. In een smal stroompje naast het pad en naar de waterval zie je iedereen een bad nemen.

De Balinezen zijn verre van preuts en de toeristen weten soms niet hoe ze moeten kijken! De was wordt erin gedaan en ook de bromfiets natuurlijk; de trots van de bezitter. Vooral tijdens de droge moesson (april – september) moet er zeer zorgvuldig met het water worden omgegaan. Eén man heeft een dagtaak om het water te verdelen, door waterlopen af te sluiten en andere weer te openen, zodat iedereen aan de beurt komt. De verdeling is streng gereguleerd en iedereen houdt zich er aan. Bijvoorbeeld; in de droge tijd mag een boer twee uur per veertien dagen zijn grond bevloeien. Enkele jaren geleden zijn er met geld van de Europese Unie waterlopen verbeterd; een sluisje gebouwd en twee waterputten geslagen. In de maanden mei – september valt er geen druppel regen, kleuren de bergen geel en breken er spontaan branden uit. Het is voor de mensen dan zeer moeilijk om nog olifantsgras te snijden voor hun koe en die krijgt dan ook alles wat groen ziet! Water is dus hèt criterium voor groei van het dorp Les.

De Bali-zee is 600 – 700 meter naar beneden, en vooral op zondagmiddag is het daar druk. Ik ben een heel tevreden mens in Les en het was en is dan ook met veel schroom dat ik via de stichting een beroep deed en doe op vrienden en bekenden. Maar omdat het zulke trotse, aardige, hulpvaardige mensen zijn (ze delen alles!), maar ook zeer arm, ben ik “de schaamte voorbij” en probeer met hulp uit Nederland een beetje hun levensomstandigheden te verbeteren. Als criterium geldt steeds: de vraag om hulp moet van de mensen zelf komen, door allen gedragen en ze moeten er zoveel mogelijk zelf aan werken om tot de beoogde verbetering te komen. Maar: ze zijn het waard en ze werken er hard aan!

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.help-desa-les-bali.nl/couleur-locale/